‘Ik ben trots op mijn werkgever’

Nettie-van-DijkDe jeugdzorg staat weer voor een grote verandering, in 2015 worden de gemeenten er verantwoordelijk voor. Uit de laatste Welzijnsbarometer van Abvakabo FNV komt naar voren dat veel medewerkers vrezen dat de gemeenten en organisaties er niet klaar voor zijn. Ook is menigeen bang dat er banen zullen verdwijnen, niet in de laatste plaats hun eigen baan. Ambulant jeugdhulpverlener Nettie van Dijk die werkzaam is bij Jeugdformaat, heeft dat idee niet. ‘Mijn indruk is dat we er hier in Zoetermeer klaar voor zijn. Ik ga ervan uit dat het in 2015 goed komt met die overgang.’

Ook vreest ze niet voor haar baan. ‘Daar ben ik niet bang voor. Ik zit in het uitvoerende werk en daar is altijd vraag naar. Mogelijk dat het collega’s in de ondersteunende diensten wel treft. Maar wat ik om me heen zie is dat wanneer iemand met een tijdelijk contract geen verlenging krijgt, die elders weer aan de slag kan.’

Energie

‘Dat is heel belangrijk in mijn werk, dat je energie hebt. Een cliënt heeft niets aan je, als je zelf veel aan je hoofd hebt en weinig aandacht hebt voor hem of haar. En van het werk krijg ik ook energie. In sommige banen kun je je laten voortdrijven, maar in de jeugdhulpverlening kun je het niet maken om op de automatische piloot te draaien. Je moet altijd alert zijn op signalen van cliënten, waar je dan weer op in kunt springen. Ook gebeuren er continu onverwachte dingen, daar moet je een antenne voor hebben en daar moet je wat mee doen.’

Cliënt

‘Ik vind dat een mooi woord. Een woord als patiënt is voor ons werk niet geschikt. Cliënt geeft aan dat je iemand bedient. Niet in de zin van een ober in een café, maar wat wij jeugdhulpverleners doen is mensen een aanbod doen waar ze mee geholpen zijn. Omgekeerd kan de cliënt mij ook vragen wat ik allemaal te bieden heb. En als ik dat zelf niet kan bieden, kan ik haar wel helpen om het elders te vinden. Die klant- of cliëntgerichtheid is voor mij een wezenskenmerk van het werk.’

Trots

‘Ik ben trots op mijn werk, en dan heb ik het vooral over de kleine overwinningen die ik boek. Bijvoorbeeld als ik een twijfelende ouder zover krijg dat zij daadwerkelijk iets voor haar kind gaat doen. Ook ben ik trots op mijn werkgever. Ons aanbod is veel breder en laagdrempeliger geworden zodat ouders veel eerder hulp krijgen, voor het bij hen thuis echt uit de hand loopt. Ik denk dat dat ook precies is wat de gemeente wil, zo snel en effectief mogelijk ingrijpen.’

Toekomst

‘Ik heb in mijn leven verschillende dingen gedaan. Begonnen als mimespeler heb ik daarna de opleiding dramatherapie gedaan en vervolgens ben ik pedagogisch medewerker in een ziekenhuis geweest. En toen ik 48 was, vroeg ik me af of ik dat werk wel de rest van mijn leven wilde doen. Maar nu op mijn 55ste heb ik echt het gevoel dat mijn huidige werk ook mijn toekomst is. Dit blijf ik doen en ik switch niet meer naar een ander beroep. Werken met gezinnen en kinderen past me goed.’

Kans

‘Ik vind dat je elke kans die er is moet pakken. Tegelijkertijd begrijp ik best dat ouders niet meteen de eerste keer op mijn aanbod ingaan. Het is mijn taak hen te stimuleren. Maar ook bij de derde keer ben ik nog happy. Want dan hebben ze in ieder geval die kans tot verandering gegrepen, al heeft het wat lang geduurd. En daarmee kunnen we samen aan de slag.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.