‘Mijn werk wordt steeds meer levenseindezorg’

Clara KlaverwijdenOuderen wonen steeds langer thuis in plaats van in een zorginstelling. Als zelfstandig wonen niet meer gaat en een verhuizing naar een zorgcentrum onvermijdelijk wordt, betekent dat steeds vaker dat het verblijf daar relatief korter en intensiever is. ‘Soms woont een bewoner niet meer dan een paar weken hier’, zegt humanistisch raadsvrouw Clara Klaverwijden. ‘De nadruk komt steeds meer op levenseindezorg te liggen. Ik zie het echt als mijn taak om mensen te begeleiden bij het waardig afsluiten van hun leven.

Als geestelijk verzorger is ze werkzaam bij de Amsterdamse woonzorgcentra Het Schouw en de Poort.

Cliënt

‘Voor ons zijn het bewoners. Als een oudere hier komt wonen, is het belangrijk dat we een goed beeld krijgen van wat onze bewoner nodig heeft. Niet alleen qua lichamelijke zorg maar zeker ook wat zijn mentaal welbevinden betreft. Zeker bij dementerenden is het soms een hele zoektocht om te achterhalen hoe we het beste kunnen aansluiten bij hun leefwijze en behoeften. Je moet hen, zoals ik dat noem, “tevoorschijn weten te luisteren” en je richten op voor de bewoners belangrijke aspecten uit hun levensverhaal die belangrijk zijn voor hun welzijn. Zo was er een bewoner die boer was geweest en altijd met het weer bezig was. Door het Agrarisch Journaal aan te zetten kreeg hij weer voeling met wat hem altijd had beziggehouden.’

Breekpunt

‘De overgang naar een verpleeghuis is voor bewoners een breekpunt in hun leven. Ze worden afhankelijk van de zorg van vreemden en alles wat hen vertrouwd was ontvalt hen dan. Het is onze taak om met hen te zoeken naar houvast in deze fase van hun leven. Voor de een is dat huiselijkheid of humor, maar ook de levensbeschouwing kan een bron van inspiratiezijn. Dan is het troostend om bijvoorbeeld samen te bidden voor het slapen gaan, of een sportieve bewoner geniet enorm van fysieke training of een stuk lopen.’

Samenwerking

‘Ouderenzorg is zo ingewikkeld, daarom moeten de disciplines goed samenwerken. De onderdelen van het zorgpakket moeten niet alleen goed op elkaar afgestemd zijn, je moet het ook continu aanpassen aan de veranderende zorg en conditie van de bewoner. Mijn eigen bijdrage is om in deze specialistische zorg steeds de mens voor het voetlicht te brengen die de zorg krijgt.’

Kans

‘Die zie ik vooral in de zorg aan huis. Daar is de existentiële nood even hoog als in het verpleeghuis. Natuurlijk kan ik op mijn fiets stappen en overal aanbellen, dan zou ik werk in overvloed hebben. Ik zie meer in verbetering van de zorg door wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers en ook huisartsen die daar hulp bij nodig hebben, te trainen op het gebied van zingeving en levenseindezorg. Want iedereen wil aandacht voor vragen rond zingeving, niet alleen gelovigen.’

Trots

‘Ik ben enorm trots op mijn baan en ik voel me bevoorrecht dat ik met ouderen mag werken. In mijn werk staat de ontmoeting met de ander centraal. Samen stellen we de trage vragen van het leven en begeleid ik de ander bij het zoeken naar hun betekenis. Zo kon ik laatst enorm genieten toen een bewoonster zich in alle verwarring wist te herinneren hoe het voelde toen ze verliefd werd op haar man. Even was zij weer die vrouw van vroeger. Ze lichtte er helemaal van op, en ik weet zeker dat zij die avond met een glimlach om de lippen in slaap is gevallen. Voor zulke momenten doe ik het.’

Zie: Zorg + Welzijn, december 2013

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.